Hervorming investeringsaftrek vanaf 1 januari 2025

  • Door Leyton Benelux
    • 14 Jan 2025
    • read
  • Twitter
  • Linkedin

Een greep uit de nieuwigheden.

Sluitstuk van een ingrijpende hervorming

De regering wachtte tot het laatste moment, 31 december 2024, om het sluitstuk van de hervorming van de investeringsaftrek bekend te maken. Deze hervorming moet de bestaande regeling vereenvoudigen en extra steun geven voor investeringen gericht op efficiënt energieverbruik en een lagere CO2-uitstoot.

Met twee koninklijke besluiten van 20 december 2024 werden zowel de langverwachte ‘investeringslijsten’ als enkele belangrijke procedurele wijzigingen bekendgemaakt.

De slotscène van deze moeizame hervorming laat de toeschouwer achter met een gespleten gevoel. Voortaan komt een rits nieuwe investeringen voor een verhoogde aftrek in aanmerking, maar die verruiming wordt geflankeerd door een verstrenging van de toepassingsvoorwaarden en procedure op een wijze waarbij de rechtszekerheid in het gedrang komt.

Welke investeringen vallen onder nieuwe thematische investeringsaftrek?

Voor investeringen verricht vanaf 1 januari 2025 kunnen ondernemingen genieten van de nieuwe thematische investeringsaftrek (40% voor kleine ondernemingen, 30% voor andere ondernemingen), op voorwaarde dat ze voorkomen op één van de ‘investeringslijsten’ in volgende vier domeinen:

  • Efficiënt energieverbruik en hernieuwbare energie (energie-investeringslijst): de energie-investeringslijst lijkt sterk op de oude lijst van energiebesparende investeringen, maar vermindert het aantal categorieën van 12 naar 9. Enkele reeds gekende investeringen komen opnieuw aan bod, zoals de isolatie van gebouwen, de vervanging van ramen of klimatisering, of investeringen in apparatuur voor de productie van hernieuwbare energie. Daaraan worden enkele nieuwe investeringen toegevoegd, met name in de elektrificatie van industriële processen, in warmtepompen bedoeld voor de werking van industriële processen, alsook in tijdelijke opslag van elektrische of thermische energie (opslagsystemen, omvormers, apparatuur voor optimalisatie opslag en afgifte energie, …). De voorwaarden waaraan investeringen moeten voldoen, worden verstrengd. Zo wordt voor 6 van de 9 categorieën vereist dat de investering wordt “vermeld in een voorafgaandelijke energiestudie of -audit” die het energieverbruik van een proces of installatie berekent, vóór en nà de aanpassing/vervanging ervan. Voor grote vennootschappen moet de studie bovendien de ‘interne rentabiliteit’ (“IRR”) vermelden, d.i. de berekende winst uitgedrukt in een percentage van de investering zelf. Investeringen met een IRR van meer dan 13%, met inbegrip van de investeringsaftrek, worden van de aftrek uitgesloten. Deze verplichte vermelding in een voorafgaande studie komt ons voor als een onnodige administratieve (bewijs)last voor ondernemingen. Ondernemingen die maatschappelijk zinvolle investeringen verrichten, zoals de elektrificatie van een productieproces, dreigen achter het net te vissen wanneer hun investering niet het voorwerp uitmaakte van een voorafgaande energiestudie. Het is tevens onduidelijk door wat zo’n studie of audit moet worden ‘voorafgegaan’ (beslissing tot investering, de bestelling, de attestaanvraag, de aangifte, …)? De inkt van de hervoming is nog niet droog, en verduidelijkingen dringen zich reeds op.
  • CO2-vrij vervoer (vervoer-investeringslijst): de vervoer-investeringslijst bevat vier groepen investeringen die voor aftrek in aanmerking komen, met name: 1) spoorvervoer, 2) wegvervoer, 3) zee- en binnenvaart en 4) laadinfrastructuur. Deze lijst vervangt de huidige investeringsaftrek voor CO2-vrije vrachtwagens, tankinfrastructuur voor waterstof en elektrische laadinfrastructuur, en breidt deze enigzins uit. Zo zullen bijvoorbeeld werkgevers die kleedkamers en sanitaire voorzieningen inrichten voor personeel dat per fiets of speed pedelec naar het werk komt, voortaan voor zulke investeringen van de aftrek gebruik kunnen maken. Laadinfrastructuur komt slechts in aanmerking wanneer ze dient voor zee- en binnenschepen, voor CO2-vrije voertuigen voor goederenvervoer, of voor autobussen en autocars. Het is jammer dat andere laadinfrastructuur, bijvoorbeeld voor personenwagens van werknemers, van steun verstoken blijft.
  • Milieuvriendelijke investeringen (milieu-investeringslijst): de thematische aftrek kan ook worden toegepast voor een reeks investeringen die een gunstige milieu-impact hebben. Deze worden opgelijst in de milieu-investeringslijst die bestaat uit vier groepen: 1) grondstoffenbeheer, 2) klimaat, 3) bevorderen van adaptatie en 4) bevorderen van het leefmilieu. De lijst bevat voor elke groep redelijk omstandige en technische definities, die soms nog in subbijlagen verder worden uitgewerkt. Bedoeld zijn onder meer: apparatuur of installaties noodzakelijk voor inzameling van herbruikbare producten (verpakkingen, technische retoursystemen, inspectielijnen, vulapparatuur, …); industriële reinigingsapparatuur die garanderen dat niet-toxische wasmiddelen worden gebruikt; vervanging van verharding door vegetatie, een waterpartij, waterdoorlatende of waterpasserende verharingen, of een combinatie; vervanging van het gebruik van zorgwekkende chemische stoffen; …
  • Ondersteunende digitale investeringen (investeringslijst voor digitale ondersteuning): voor het vierde en laatste domein van de thematische aftrek werd geen lijst van kwalificerende investeringen uitgevaardigd. De Staatssecretaris voor Digitalisering had hierover geen advies uitgebracht en hoewel de regering ook zonder dit advies een lijst kon opmaken, werd beslist dit niet te doen. In een tijdperk waarin AI-gedreven technologie alsmaar aan belang wint, is het uitblijven van deze lijst een gemiste kans.

Enkele opmerkelijke procedurele wijzigingen

Naast de bekendmaking van de lijsten met kwalificerende investeringen, werd tevens aan de procedure gesleuteld.

De attesten die ondernemingen nodig hebben voor de verhoogde investeringsaftrek (zowel de thematische als de technologie-aftrek) moeten voortaan bij de aangifte worden gevoegd. Men kan zich vragen stellen bij de haalbaarheid van deze eis. De bevoegde diensten kampen immers nu reeds met een achterstand waardoor attesten lang op zich laten wachten. De diensten moeten voortaan binnen een termijn van 6 maanden beslissen over de attestaanvragen, maar het gaat slechts om een ordetermijn waarvan de overschrijding niet wordt gesanctioneerd. Ondernemingen moeten vandaag reeds creatieve oplossingen bedenken wanneer de deadline voor de aangifte nadert en een attest op zich laat wachten. In de toekomst zullen ze nog beter moeten waken over hun recht op investeringsaftrek, en zullen ze vaker worden genoodzaakt tot het vragen van uitstel van de aangiftetermijn, of zullen ze de investeringsaftrek achteraf met een bezwaarschrift of verzoek tot ontheffing moeten vragen.

Verder wilde de regering meer zekerheid verschaffen aan ondernemingen die van de thematische aftrek gebruik willen maken voor investeringsprojecten die meerdere boekjaren in beslag nemen. Voor zulke langlopende projecten kunnen ondernemingen voortaan een ‘investeringscertificaat’ aanvragen bij dezelfde diensten die bevoegd zijn voor de aflevering van de attesten. Krijgt de onderneming dit certificaat, moet ze nog steeds jaarlijks een attest bekomen, dat dan wordt beoordeeld op basis van de lijsten die golden voor het belastbaar tijdperk waarin het investeringscertificaat werd aangevraagd. Vermits de lijsten beperkt in de tijd geldig zijn (3 jaar, verlengbaar met 2 jaar), zal een onderneming dus ook voorbij die termijn gebruik kunnen blijven maken van de thematische aftrek, op voorwaarde dat ze tijdig een investeringscertificaat heeft verkregen. Er werd geen maximumduurtijd voor het investeringscertificaat voorzien. 

Besluit

Toen de grote lijnen van de hervorming van de investeringsaftrek in het voorjaar van 2024 werden bekendgemaakt, leek de regering een grote stap in de goede richting te willen zetten. De regeling had dringend nood aan modernisering en uniformisering. Ondernemingen die hun steentje moeten bijdragen aan de energietransitie, hebben behoefte aan zekerheid en steun, en met de nieuwe ‘thematische aftrek’ leek de regering daar een antwoord op te willen bieden.

Bijna een jaar later moeten we vaststellen dat die oorspronkelijke doelstellingen wat werden verdrongen, wellicht door de vrees voor de budgettaire impact.

De procedure voor het vaststellen van de ‘lijsten’ was ook dermate complex, dat ondernemingen pas op 31 december 2024 te horen kregen welke investeringen vanaf 1 januari 2025 wel of niet voor de aftrek in aanmerking komen.

De ‘attesten’ vereist om gebruik te maken van de verhoogde investeringsaftrek, boden welgekomen zekerheid aan ondernemingen. Die zekerheid wordt fel verminderd doordat de administratie een afgeleverd attest naast zich neer kan leggen wanneer het, naar haar oordeel, onvoldoende werd gemotiveerd.

De lijsten zelf bevatten enkele nieuwe investeringen die vroeger niet in aanmerking kwamen, zoals de elektrificatie van productieprocessen en het ontharden van terreinen. Die verruiming wordt echter gekoppeld aan enkele nieuwe en strengere eisen die de toegang tot de investeringsaftrek onnodig zullen verhinderen.

Heeft u nog vragen of opmerkingen?

Author

Leyton Benelux

Explore our latest insights

DEFRA 2026: België’s Strategische Oproep voor Defensie en Inno...

België versterkt zijn positie als centrum voor defensie-innovatie met de lancering van de Defence...

Nieuwe investeringsaftrek in België –Belangrijkste wijzigingen...

Op 11 december 2025 keurde het Belgische parlement enkele belangrijke aanpassingen goed aan de he...

Aankondiging inzake de vergoeding voor auteursrechten en softw...

De voorbije jaren werd het fiscale regime voor auteursrechten sterk beperkt, waardoor de mogelijk...

Horizon Europe 2026–2027: wat bedrijven en innovators moeten w...

Horizon Europe is het flagship-programma van de Europese Unie voor onderzoek en innovatie (2021–2...