Circulaire 2025/C/56 – Nieuws van FOD Financiën over de terugbetaling van bedrijfsvoorheffing

  • Door Leyton Benelux
    • 25 Sep 2025
    • read
  • Twitter
  • Linkedin

Op 10 september 2025 maakte de FOD Financiën haar standpunt bekend over de gevolgen van twee ophefmakende arresten van onze hoogste rechtscolleges over de mogelijkheid om teruggave te vragen van (niet ingekohierde) bedrijfs- en roerende voorheffing (Circulaire 2025/C/56). 

Wat zijn de termijnen om de terugbetaling van de bedrijfsvoorheffing aan te vragen volgens het WIB92? 

Luidens artikel 368 van ons Wetboek inkomstenbelastingen 1992 (WIB92) verjaart de vordering tot teruggave van roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing na 5 jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin de voorheffing werd gestort. De teruggave van teveel gestorte bedrijfsvoorheffing die gestoeld is op één van de bij wet voorziene vrijstellingen van doorstorting (bijv. voor wetenschappelijk onderzoek) verjaart reeds na 4 jaar (3 jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar). 

In december 2023 oordeelde het Hof van Cassatie dat deze 4- en 5-jarige termijnen geen betrekking hebben op het instellen van een verzoek tot terugbetaling gericht aan de FOD Financiën, maar daarentegen op het instellen van een rechtsvordering voor de rechtbank (Cass. 21 december 2023). Het Grondwettelijk Hof trad in een arrest van 13 maart 2025 deze zienswijze bij (Grondwettelijk Hof nr. 43/2025, 13 maart 2025)

Hoe beïnvloedt deze rechtspraak de huidige praktijk? 

Deze rechtspraak legde een bom onder een jarenlange praktijk waarbij ondernemingen die gebruik wilden maken van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk onderzoek, hiertoe een verzoek richtten aan de FOD Financiën. Niet enkel de termijn waarbinnen zo’n verzoek kan gebeuren, komt op de helling te staan, maar tevens de rechtsgrond waarop zo’n verzoek is verankerd blijkt gewoonweg niet te bestaan.  De mogelijkheid om zulke verzoeken aan de fiscus te richten, zou enkel berusten op een tolerantie.  

Met Circulaire 2025/C/56 heeft de FOD Financiën haar standpunt bekendgemaakt. Volgens de administratie betekent de hierboven vermelde rechtspraak van het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof niet dat teveel betaalde bedrijfsvoorheffing enkel kan gebeuren door middel van een rechtsvordering voor de rechtbank. Volgens de administratie kan – en moet zelfs ! – de teruggave van voorheffingen eerst worden gevraagd met een verzoek dat binnen de termijn van de artikelen 368 of 368/1 WIB92 worden ingediend.  

Wat als de terugbetalingsaanvraag wordt afgewezen? 

Als een verzoek tot teruggave niet leidt tot de door de belastingplichtige verhoopte beslissing, kan hij volgens de administratie nog steeds een rechtsvordering bij de rechtbank instellen, ook buiten de termijnen bepaald in artikelen 368 en 368/1 WIB92. In dat geval zal de administratie deze rechtsvordering niet als ‘onontvankelijk’ beschouwen, en zulks ook niet voor de aangezochte rechtbank aanvoeren.  

Het is duidelijk dat de FOD Financiën niet wil gepasseerd worden bij vorderingen tot teruggave van voorheffingen. Zulke vorderingen moeten volgens de circulaire daarom eerst aan de FOD Financiën worden voorgelegd, alvorens de belastingplichtige naar de rechter kan stappen. 

Wat zijn de implicaties van deze circulaire voor bedrijven die willen genieten van de vrijstellingen? 

Voor ondernemingen die gebruik willen maken van de diverse vrijstellingen van bedrijfsvoorheffing waarin de wet voorziet, is deze circulaire op het eerste zicht geen slecht nieuws. Dit betekent immers dat zij twee mogelijkheden behouden om retroactief de vrijstelling te vragen, met name:

  • d.m.v. een gewone ‘negatieve aangifte’ (deadline 31 augustus van jaar X+1)
  • via een ‘vordering tot teruggave’ (deadline 31 december van jaar X+4). 

Er zijn wat vraagtekens te plaatsen bij de zienswijze van de administratie. Volgens het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof zijn de 4- en 5-jarige termijnen van artikelen 368 en 368/1 WIB92 termijnen voor het instellen van een rechtsvordering. De rechtsvordering raakt de openbare orde. De vraag rijst dus wat het effect zal zijn van de belofte van de FOD Financiën om zelf de verjaring niet in te roepen. We raden ondernemingen dan ook aan om voorzichtig te zijn, en erover te waken dat de 4- en 5-jarige termijnen niet verstrijken alvorens over hun vordering tot teruggave een beslissing werd genomen. 

Welke impact op de verjaringstermijnen?

Ten slotte stelt zich de vraag of het indienen van een bezwaarschrift een stuitende of schorsende werking heeft ten aanzien van de verjaringstermijnen van artikel 368 en 368/1 WIB92. Het indienen van een dergelijk, louter “willig” bezwaarschrift blijft ook na de rechtspraak van het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof mogelijk, doch dit heeft in beginsel geen invloed op het verloop van de verjaring.  

Aangezien het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992 geen specifieke bepalingen bevatten, is het gemeen recht (artikel 2244 BW e.v.) van toepassing. Dit impliceert dat de verjaring enkel kan worden gestuit door onder meer een dagvaarding, een bevel tot betaling, een gerechtelijke aanmaning, een beslag of een buitengerechtelijke ingebrekestelling die voldoet aan de wettelijke vereisten. Vanuit praktisch oogpunt verdient het aanbeveling dat belastingplichtigen bij het naderen van het einde van de verjaringstermijn tijdig een buitengerechtelijke ingebrekestelling laten verzenden, zodat een nieuwe termijn aanvangt, of verzoeken dat de fiscus afstand doet van de lopende verjaring. Het inleiden van een gerechtelijke procedure kan evenzeer een optie zijn, zij het dat in dat geval de rechtbank inhoudelijk uitspraak zal moeten doen over het verzoek.  

Onze ondersteuning & advies?

Heeft uw onderneming de afgelopen jaren te veel bedrijfsvoorheffing doorgestort? 

Leyton kan u ondersteunen bij het identificeren van terugvorderingsmogelijkheden, het berekenen van de terug te vorderen bedragen en het indienen en opvolgen van het administratief beroep. Aarzel niet om contact met ons op te nemen om de verschillende mogelijkheden te bespreken. 

Author

Leyton Benelux

Explore our latest insights

DEFRA 2026: België’s Strategische Oproep voor Defensie en Inno...

België versterkt zijn positie als centrum voor defensie-innovatie met de lancering van de Defence...

Nieuwe investeringsaftrek in België –Belangrijkste wijzigingen...

Op 11 december 2025 keurde het Belgische parlement enkele belangrijke aanpassingen goed aan de he...

Aankondiging inzake de vergoeding voor auteursrechten en softw...

De voorbije jaren werd het fiscale regime voor auteursrechten sterk beperkt, waardoor de mogelijk...

Horizon Europe 2026–2027: wat bedrijven en innovators moeten w...

Horizon Europe is het flagship-programma van de Europese Unie voor onderzoek en innovatie (2021–2...